HET ZILVERVISJE

databank met informatie over het Zilvervisje

HET ZILVERVISJE
(Lepisma saccharina)

In de volksmond ook wel suikergast genoemd.

Omschrijving 1:

Wordt zeer vaak in woningen aangetroffen.

Zilvervisjes schuwen licht en droge lucht.

Algemeen :

Voedsel : Alle zoetigheden, etensrestjes, deeg, broodkruimels, enz..

Zijn vleugelloos, lopen vrij snel en schichtig.

Het lichaam bestaat uit drie duidelijke delen : de KOP met lange draadvormige antennen, grote facetogen en kauwende monddelen, het BORSTSTUK met 3 segmenten die de 3 paar poten dragen, en het ACHTERLICHAAM met aanhangsels.

In de herfst sluipen de jongen uit de eitjes. Zij lijken sterk op de volwassen stadia, en worden na een vijf- a zestal vervellingen zonder gedaanteverwisseling adult. Na de tweede vervelling krijgen zij zilverschubben (ZILVERvisjes)

Uiteindelijk worden zij negen mm. lang (Inclusief sprieten en franjestaarten : ongeveer 18 a 20 mm).

De zilvervisjes zijn verwant met de fossiele insecten; deze dateren van driehonderd miljoen (!) jaar geleden.

Omschrijving 2:

Behoort samen met de ovenvisjes (die meer aan warme plaatsen gebonden zijn) tot de orde van de Franjestaarten.

Hun zachte huid beschermt niet voldoende tegen uitdroging, daarom zijn zij verplicht steeds in een vrij vochtige omgeving te leven.

Terug naar de insecten databank

Ga naar de ongedierte databank