DE VELDMUIS

databank met informatie over de veldmuis

Voorkomen:

Korte grazige vegetatie, akkerland, wegbermen, dijken en boomgaarden.

Uiterlijk:

Rug geel- tot grijsbruin, soms kleurvariaties tot zwart toe, buik lichter.

Korte eenkleurige staart.

Plompe bouw, stompe snuit, in de vacht verborgen oren en ogen.

Volwassen : 95 a 125 mm (lichaam) 30 a 45 mm (staart).

Pasgeboren : kaal en blind.

Algemeen:

Geen winterslaap.

Paring van maart tot oktober.

Verschillende worpen per jaar (soms 3-7).

Draagtijd : 21 dagen.

Vier a zeven jongen per nest.

Zoogperiode : ten hoogste 20 dagen.

Geslachtsrijp : soms reeds op een leeftijd van 14 dagen.

Levensduur : weinig langer dan een jaar.

Levenswijze:

Is zowel 's nachts als overdag aktief, maar met een hoogtepunt gedurende het schemeruur.

De veldmuis is veel minder agressief dan de aardmuis.

De talrijke gangen liggen dicht tegen de oppervlakte, en verbinden de nest- en voorraadholten. Er zijn ook looppaden op de bodem, die de gangen verbinden.

Voedsel van de veldmuis:

Graangewassen, wortels, aardappelen en ook boomschors.

Sporen:

Uitwerpselen 4-8 mm lang, 2 mm dik, groenachtig, rond holen en bij de plaatsen waar veldmuizen hun voedsel nuttigen.

Schade en wering:

Veldmuizen kunnen eventueel modderkoorts overbrengen; opgepast voor besmetting door beten of door het kontakt met urine.

In de winter in schuren, aardappelkuilen, enz..

Schade veroorzaakt in boomgaarden kan zeer aanzienlijk zijn.

Vermijdt terreinen met ruige begroeiing.

Hou Uw grasmat kort en egaal; slootkanten goed schoonhouden, begroeiing kort.

Boomgaardbescherming : bomenrij in zwarte grond plaatsen; valfruit, snoeihout, enz.. verwijderen.

Bij windsingels bodemnegroeiing kort houden.

Terug naar de knaagdieren databank

Ga naar de ongedierte databank