DE OOSTERSE KAKKERLAK

databank met informatie over de Oosterse kakkerlak

DE OOSTERSE KAKKERLAK
(Blatta orientalis L.)

In de volksmond ook wel bakkerstor genoemd.

Wordt meest gesignaleerd in subtropen, niet in de tropen.

Komt veel minder voor dan de Duitse kakkerlak

Wordt aangetroffen in o.a. woningen, levensmiddelenbedrijven, bakkerijen, hotels, restaurants, ziekenhuizen, fabrieken en aan boord van schepen. (Lichters, coasters en zeeschepen)

De Oosterse kakkerlak is blauwzwart, soms kastanjebruin, heeft lange antennes, de lengte bedraagt 2 tot 3 cm antennes niet meegerekend. De wijfjes hebben slechts zeer kleine vleugels, terwijl de mannetjes hun vleugels 2/3 deel of meer van het achterlijf bedekken.

Volwassen wijfjes leggen 5 tot 20 eipakketjes in hun levensduur.

De Oosterse kakkerlak is vrij lichtschuw.

Zeer duidelijk alleseter met een voorkeur voor zoet en zetmeel bevattend voedsel, ook levensmiddelen en uitscheidingen van mens en dier.

Zij kunnen tot 1 maand zonder voedsel leven.

Verschuilen zich in het algemeen liefst op donkere, vochtige plaatsen (o.a. achter en onder keukenkasten, onder de koelkast, in stookkelders, in vuilnisschachten, en vooral ook in kelders, kruipruimten, badkamers en toiletten.)

Zij bevuilen ons voedsel en zijn potentiele dragers van o.m. mijten en bacterien (o.a. salmonellosen).

Zij verspreiden een onaangename geur door uitscheiding van de rugklier.

Bestrijding :

Best contact opnemen met een gespecialiseerde firma.

Terug naar de kakkerlakken databank

Ga naar de ongedierte databank