DE OORWORM

databank met informatie over de Oorworm

DE OORWORM (Forficula auricularia)

Wordt in de volksmond ook wel oorbeest genoemd.

Hebben een totaal onterechte reputatie als zouden zij in de oren van mensen en kinderen kruipen.

Dit insect wordt vooral aangetroffen tussen spleten en planken, onder loszittende boomschors of stenen.

In de zomerperiode steeds met verschillende soortgenoten, in de winter alleen of paarsgewijs, meestal in de grond.

Eten hoofdzakelijk plantedelen, kleine prooidieren en organische afval.

Loopt en kruipt, werd zelden vliegend waargenomen.

De bevruchting grijpt plaats in het winterholletje in de grond, waar ook de eitjes (+/- 30-50) worden gelegd.

Het wijfje draagt zorg voor de jongen (zeer uitzonderlijk onder de insecten !)

In de herfst is de nieuwe generatie geslachtsrijp.

De oorworm ondergaat geen gedaanteverwisseling.

Omschrijving:

Zijn makkelijk te herkennen aan de tang die zich aan het achtereinde bevindt, en die sterker gekromd is bij het mannetje.

De nauw tegen elkaar aansluitende voorvleugels bedekken veel grotere, maar in talrijke plooien gelegde vliegvleugels.

Gezien het feit dat de spieren om deze tere vleugels erg zwak ontwikkeld zijn, gaan zij zelden of nooit de lucht in.

Oorwormen vernietigen bladluizen (positief) maar vreten ook gaatjes in de bloemen van o.a. dahlia en chrysant (negatief).

Terug naar de insecten databank

Ga naar de ongedierte databank