DE HUISMUIS

databank met informatie over de huismuis

Bewoont hoofdzakelijk onze huizen, alhoewel op het platteland (in de zomer) ook de omgeving ervan wordt verkend. Houd zich graag op in de direkte omgeving van voedselvoorraden.

Voorkomen:

Rug lichtbruin tot donkergrijs, buik lichter; allerlei kleur- varieteiten, inclusief albino's. Slanke bouw, spitse kop, grote opvallende oren, kraalogen, 5 tenen aan elke poot. Lange dunne staart, die fijnbehaard is.

Volwassen : 75 a 105 mm lichaamslengte, 15-30 gram gewicht. Staart : 72 a 105 mm.

Pasgeboren : kaal en blind, 0,5 - 1 gram gewicht.

Wijfjes in de leeftijd van 2-12 maanden gem. 5 a 6 worpen. Draagtijd 20 dagen. (Ongeveer) Nestgrootte 5 a 7 jongen. Zoogperiode 3 weken. De jongen zijn reeds na 2 maanden geslachtsrijp.

Vermoedelijke max. levensduur ca. 1,5 jaar; normale levensduur minder dan 1 jaar.

Bezit groot aanpassingvermogen; uitstekende klimmers tegen enigszins ruwe oppervlakten; springen tot ong. 30 cm hoogte en  vanaf +/- 1 meter hoogte, maar houdt zich normaal gezien heel haar leven op binnen een beperkte ruimte van enkele vierkante meters; reuk voornaamste zintuig; reageert zeer snel wanneer er plotseling gevaar dreigt; geen graver; zwemt bij voorkeur niet;  meestal s'nachts aktief, komt dan vaak in de bewoonde kamers binnen op speurtocht, waarbij zij nu en dan zittend op de achterpoten de lucht opsnuift.

Alleseter met duidelijke voorkeur voor graan en brood. Lust ook kaas, boter, spek enz.. en voedsel met een hoog suikergehalte zoals snoepgoed; eet per dag ongeveer 3 tot 5 gram.

Schuilplaatsen van de huismuis:

Onder vloeren, op zolders, achter valse wanden, boven plafonds, in kelders, in en onder opgeslagen materialen en goederen. -Een familie heeft een eigen leefgebied dat verdedigd wordt tegen indringende soortgenoten; bepaalde mannelijke exemplaren   domineren de lagere rangorden.

Uitwerpselen (zwart, 3-8 mm lang en 1-3 mm dik met vrij spitse uiteinden); worden overal verspreid aangetroffen; worden vrij snel hard. Sleepsporen van de staart in stoffige omgevingen; Karakteristieke muizengeur indien een grote populatie aanwezig is.

Kunnen ziektekiemen verspreiden (voedselvergiftiging, sporadisch modderkoorts, huidziekten, e.a.). Muizen bevuilen   voedselvoorraden met hun faeces en urine. Veroorzaken knaagschade aan o.m. verpakte levensmiddelen, kledij, papier, isolatiematerialen, karton, leidingen en kabels  (kortsluiting, storingen,...).

In woningen soms rustverstorend (s'nachts); piept bovendien veelvuldig.

Hoe houden we de huismuis buiten?

Ventilatieopeningen van de buitenmuren mogen max. 0,5 cm breedte hebben.

Dichten van gaten en kieren in muren en bij deuren en ramen.

Aanbod voedsel zoveel mogelijk voorkomen (afval in gesloten bakken, bij dierenverblijven voor de avond voederresten  opruimen).

Periodieke inspektie van alle opgeslagen goederen.

Inspektie van aan te voeren grondstoffen/goederen (paletten, containers,...).

Bestrijding en verdelging:

Particulieren : uitplaatsen van vers lokaas. Steeds lokaas uitplaatsen in gesloten lokaasbakjes" (te verkrijgen in de handel) Lokaasbakjes tegen de wanden plaatsen; onder het aanrecht; onder de meubelen;...

Terug naar de knaagdieren databank

Ga naar de ongedierte databank