DE HUISKREKEL

databank met informatie over de huiskrekel

DE HUISKREKEL (Acheta domestica)

In de volksmond 'krekel' genoemd.

Hebben een grote kop, een krachtig lichaam, zeer forse achterpoten die sterk gespierd zijn en tot springpoten zijn omgevormd. Van de twee paar vleugels zijn de voorvleugels stijf en lederachtig.

Wordt binnenshuis aangetroffen in nauwe spleten en holtes waar het vrij warm is.

Wordt soms ook aangetroffen op vuilnisbelten, waar de gistende afval de temperatuur doet stijgen. Wordt door ongediertebestrijders ook vaak aangetroffen in de stookkelders van bedrijven.

Huiskrekels eten allerlei organische afval en keukenresten.

Bij warme buitentemperaturen vliegt de huiskrekel soms.

Over het algemeen loopt en kruipt hij liever dan te springen, alhoewel de achterpoten goed gespierd zijn.

LEVENSWIJZE:

Het wijfje legt enkele honderden eitjes in donkere spleten van warme lokalen.

Na enkele maanden sluipen de jongen uit, en worden na een zestal maanden volwassen.

De huiskrekel ondergaat geen gedaanteverwisseling.

Leeft buitenshuis in Noord-Afrikaanse landen, maar woont sinds enkele honderden jaren in Noord- en West-Europa in onze huizen. Het gesjirp van het mannetje wordt s'avonds en s'nachts gehoord en komt tot stand door de .js van de ene vleugel over de kam van de andere vleugel te bewegen.

Terug naar de insecten databank

Ga naar de ongedierte databank