DE BLADLUIS

databank met informatie over de bladluis

DE BLADLUIS
(Aphis fabae)

Bladluizen worden aangetroffen op bladeren, knoppen en stengels van struiken en kruidachtige planten.

Hun voedsel bestaat uit plantesap.

Verplaatsen zich lopend en vliegend, worden eveneens passief meegevoerd met de wind.

Langs de aars wordt honingdauw afgescheiden (een kleverige stroop die door mieren wordt opgelikt als voedsel).

Bladluizen zijn schadelijk omdat zij onze tuinplanten en cultuurgewassen verzwakken en bovendien virusziekten verspreiden.

Hun grootste vijanden zijn larven van zweefvliegen en lieveheerbeestjes.

LEVENSWIJZE:

Deze soort legt wintereieren op een welbepaalde waardplant (zoals de Gelderse roos).

De ongevleugelde vrouwtjes die hier uitsluipen (de zg. stammoeders) brengen zonder paring (dus maagdelijk) jongen voort die zich op hun beurt op dezelfde manier voortplanten.

Vanaf de derde generatie ontstaan gevleugelde levendbarende wijfjes die zich in de periode mei-juni naar een ander gewas (zoals de bonenplant) verplaatsen om er nieuwe vestigingen te stichten met gevleugelde (mannelijke + vrouwelijke) soortgenoten.

Deze zoeken opnieuw de eerste waardeplant op waar maagdelijk geboren wijfjes zullen paren en wintereieren leggen.

OMSCHRIJVING:

Het lichaam van de bladluis is peervormog en zeer week.

Het draagt soms 2 paar doorschijnende vleugels en op het achterlichaam een paar kenmerkende buisjes.

Terug naar de insecten databank

Ga naar de ongedierte databank